Duur van auteursrecht

Het auteursrecht (exploitatie- en persoonlijkheidsrechten) begint vanaf de creatie van het werk en loopt (in de hele EU) door tot 70 jaar na de dood van de maker (artikelen 37 tot en met 42 Auteurswet). In zijn plaats wordt het dan door diens erfgenamen uitgeoefend.

De exploitatierechten gaan automatisch op de erfgenamen over. Zij kunnen die vervolgens weer in licentie geven of exclusief aan een ander overdragen.

Dat is anders voor de persoonlijkheidsrechten: die gaan alléén over op de erfgenamen als de maker dat expliciet in een testament of ander schriftelijk stuk heeft geregeld. Heeft hij dat niet gedaan, dan kunnen zijn erfgenamen deze rechten niet meer uitoefenen.

Auteursrechten kunnen daarnaast – onder omstandigheden - ook zijn uitgeput. Dat heeft het Europese Hof van Justitie onlangs bepaald. Dit brengt bijvoorbeeld met zich mee dat een auteur of softwaremaker geen recht meer heeft op een billijke vergoeding, en zich ook niet kan verzetten tegen overdracht van tweede hands mp3’s of tweedehands software.

Creëerde de maker zijn werk in het kader van een dienstverband en heeft zijn werkgever daarop dus het auteursrecht, dan duurt het auteursrecht minder lang. Het eindigt in dat geval al 70 jaar na de eerste openbaarmaking van het werk.

Meer informatie