Rechten van de maker

De Auteurswet onderscheidt exploitatierechten (artikel 1) en persoonlijkheidsrechten (artikel 25).

Exploitatierechten

Het auteursrecht kent de maker het exclusieve recht toe een werk:
a) openbaar te maken
b) te verveelvoudigen

Openbaar maken
Openbaar maken (artikel 12 Auteurswet) betekent zoveel als het op één of andere manier ter kennisneming van het publiek brengen van een werk. Voorbeelden zijn het uitgeven van een werk op papier, het uitlenen van een werk of een voordracht in het openbaar. Ook bekendmaking langs elektronische weg, zoals het toegankelijk maken van een artikel op een computer of in een open of besloten netwerk valt onder openbaarmaking.

Ook elke vorm van vertonen (voor beeldmateriaal) en elke vorm van ten gehore brengen (voor geluid) valt onder ‘openbaar maken’. Uitzenden op televisie of radio, stream via internet, maar ook het in het openbaar afspelen met een mp3- of DVD-speler zijn voorbeelden van openbaar maken. Ook live optreden is openbaar maken.

Voor elke keer dat een werk digitaal wordt openbaar gemaakt (bijvoorbeeld op internet), is er in principe toestemming van de rechthebbende nodig.

Het maken van een link naar een werk dat op een andere website rechtmatig openbaar wordt gemaakt is toegestaan, en vormt een openbaarmaking zolang er sprake is van een nieuw publiek. Is er geen nieuw publiek dan is er ook geen sprake van een nieuwe openbaarmaking. Ditzelfde geldt voor embedden en iframen van bijvoorbeeld audio of een Youtube video.

Verveelvoudigen

Onder verveelvoudiging (artikel 13 en 14 Auteurswet) valt iedere vorm van kopiëren, met inbegrip van digitaliseren en downloaden, maar ook het maken van een compilatie, het opnemen van (delen van) een werk in een databank of het opnieuw gebruiken van delen ervan in een nieuw werk.

 

Voorbeelden zijn het laten drukken van een publicatie, het maken van een fotokopie, het scannen en uploaden van documenten, het kopiëren van geluidsbestanden of een (video)film. Ook bewerken en vertalen zijn vormen van verveelvoudiging. Dit geldt ook voor opslag in een elektronisch geheugen.

Een maker kan toestemming geven aan anderen om zijn of haar werk te kopiëren en openbaar te maken, in ruil voor een vergoeding. Maar de maker kan anderen ook gratis hergebruik toestaan. Toestemming (voor een afgesproken gebruiksvorm) wordt een licentie genoemd, met (eventuele) bijbehorende licentievergoeding (‘royalty’ in het Engels). 

Persoonlijkheidsrechten

Dit zijn rechten die de nauwe band tussen de maker en zijn werk beschermen en zelfs na overdracht van het auteursrecht aan de maker blijven toekomen. Een belangrijk voorbeeld is het recht van de maker om zich te verzetten tegen onjuiste naamsvermelding.

 

Persoonlijkheidsrechten blijven dus altijd bij de maker, óók als hij de exploitatierechten op zijn werk zou overdragen. Hij kan immers zelf het beste de integriteit van zijn werk beschermen.

Meer informatie

Laatste wijziging op 30 mei 2016